Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Uithuisplaatsing. Schriftelijke aanwijzing gecertificeerde…
Hoge Raad, 27 maart 2020
ECLI:NL:HR:2020:536 · Hoge Raad · 27 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-536
Zaakgegevens
Op 27 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 maart 2020
- Datum publicatie
- 26 maart 2020
- Zaaknummer
- 19/03296
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- E.F.A. Linssen-van Rossum
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:536
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Uithuisplaatsing. Schriftelijke aanwijzing gecertificeerde instelling met betrekking tot omgangsregeling. Verzoek ouder tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing. Art. 1:265f BW.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:5915Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:70Hoge Raad · 27 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:536
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03296
Datum 27 maart 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum,
tegen
De gecertificeerde instelling LEGER DES HEILS, AFDELING JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/02/349218/JE RK 18-1623 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 oktober 2018;
-
de beschikking in de zaak 200.252.750/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 april 2019.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 27 maart 2020.