Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. IPR. Overbrenging van minderjarige naar Polen door ouder, zonder…

Hoge Raad, 8 mei 2020

Zaakgegevens

Op 8 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 mei 2020
Datum publicatie
7 mei 2020
Zaaknummer
19/04483
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
F.I van Dorsser, P.S. Kamminga
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:836
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. IPR. Overbrenging van minderjarige naar Polen door ouder, zonder toestemming van andere ouder. Is de andere ouder naar Pools recht belast met gezag? Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961. Beëindiging gezamenlijk gezag op de voet van art. 1:253n BW? Klemcriterium.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 juli 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:7627
  2. Conclusie A-G · 21 februari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:174
  3. Hoge Raad · 8 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:836

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04483

Datum 8 mei 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[de vader],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep,

hierna: de vader,

advocaat: F.I. van Dorsser,

tegen

[de moeder],
wonende te [woonplaats], Polen,

VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidenteel cassatieberoep,

hierna: de moeder,

advocaat: P.S. Kamminga.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak 462428 van de rechtbank Midden-Nederland van 27 juni 2018;

  2. de beschikking in de zaak 200.247.604 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juli 2019.

De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De moeder heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale en het incidentele beroep:

- verwerpt het beroep;

- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 mei 2020.