Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Omgangsregeling. Art. 8 EVRM.

Hoge Raad, 16 juli 2021

Zaakgegevens

Op 16 juli 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 juli 2021
Datum publicatie
15 juli 2021
Zaaknummer
21/00295
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.K. van der Brugge
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1151
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Omgangsregeling. Art. 8 EVRM.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 oktober 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:8909
  2. Conclusie A-G · 28 mei 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:550
  3. Hoge Raad · 16 juli 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1151

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/00295

Datum 16 juli 2021

BESCHIKKING

In de zaak van

[de moeder],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: de moeder,

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

[de vader],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de vader,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikkingen in de zaak C/17/156633 / FA RK 17-1175 van de rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2018, 22 mei en 30 oktober 2019;

  2. de beschikking in de zaak 200.273.319/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 oktober 2020.

De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De vader heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 juli 2021.