Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Partneralimentatie; niet-financiële factoren. Grievend gedrag…
Hoge Raad, 25 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:997 · Hoge Raad · 25 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-997
Zaakgegevens
Op 25 juni 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2021
- Datum publicatie
- 24 juni 2021
- Zaaknummer
- 20/02413
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:997
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Partneralimentatie; niet-financiële factoren. Grievend gedrag jegens andere echtgenoot waardoor geen aanspraak op partneralimentatie ontstaat. Motiveringseisen.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:3272Gerechtshof Den Haag · 8 mei 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:893Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 mei 2021
ECLI:NL:PHR:2021:463Hoge Raad · 25 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:997
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02413
Datum 25 juni 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: M.E. Bruning.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikkingen in de zaken C/09/550871 en C/09/560914 van de rechtbank Den Haag van 5 april 2019 en 1 augustus 2019;
-
de beschikking in de zaken 200.268.638/01 en 200.268.638/02 van het gerechtshof Den Haag van 6 mei 2020.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft een verweerschrift tot referte ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 juni 2021.