Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Jeugdbescherming. Klachten moeder over gezagsbeëindiging zonder…
Hoge Raad, 10 februari 2023
ECLI:NL:HR:2023:197 · Hoge Raad · 10 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-197
Zaakgegevens
Op 10 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2023
- Datum publicatie
- 9 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/02560
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.C. van Steijn
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:197
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Jeugdbescherming. Klachten moeder over gezagsbeëindiging zonder mogelijkheid van terugplaatsing opnieuw te onderzoeken.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 12 april 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1104Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1250Hoge Raad · 10 februari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:197
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/02560
Datum 10 februari 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de raad,
niet verschenen,
en
1. [het kind],
verblijvende op een geheim adres,
2. [belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats],
3. JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
4. [de pleegouders],
wonende op een geheim adres,
5. STICHTING LEVVEL PLEEGZORG,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
hierna gezamenlijk: de belanghebbenden,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaken C/13/688337/FA RK 20-5086, C/13/700320/ FA RK 21/2270, C/13/695021/FA RK 20/8601 en C/13/694663/JE RK 20/1100 van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.299.318/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2022.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De raad en de belanghebbenden hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 10 februari 2023.