Personen- en familierecht
Art. 81 lid RO. Personen- en familierecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding…
Hoge Raad, 17 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:719 · Hoge Raad · 17 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-719
Zaakgegevens
Op 17 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2024
- Datum publicatie
- 16 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/02169
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- C.G.A van Stratum, J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:719
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid RO. Personen- en familierecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding. Verrekenbeding ten aanzien van woning. Vervolg op ECLI:NL:HR:2021:946.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 maart 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:730Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:336Hoge Raad · 17 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:719
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02169
Datum 17 mei 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: C.G.A. van Stratum,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn beschikking in de zaak 20/02219 (ECLI:NL:HR:2021:946) van 18 juni 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.298.304/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 maart 2023.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het principale en het incidentele beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 mei 2024.