Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Bevel tot terugverhuizing van moeder en kind? Art. 1:253a lid 1 BW.
Hoge Raad, 24 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:755 · Hoge Raad · 24 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-755
Zaakgegevens
Op 24 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2024
- Datum publicatie
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/03391
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, C.G.A. van Stratum
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:755
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Bevel tot terugverhuizing van moeder en kind? Art. 1:253a lid 1 BW.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 20 juni 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2417Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:325Hoge Raad · 24 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:755
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03391
Datum 24 mei 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats], Portugal,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
In de procedure is gekend:
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING HAARLEM,
gevestigd te Haarlem,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/15/314525 / FA RK 21-1479 van de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2021 (hersteld bij beschikking van 28 december 2021), 17 juni 2022 en 28 september 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.320.591/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2023.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 mei 2024.