Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Verzoek tot schadevergoeding ten laste van Staat (art. 10:12 lid 3 Wvggz). Kosten…
Hoge Raad, 18 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1157 · Hoge Raad · 18 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1157
Zaakgegevens
Op 18 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 juli 2025
- Datum publicatie
- 17 juli 2025
- Zaaknummer
- 24/03120
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J van Weerden, S.M Kingma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1157
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Verzoek tot schadevergoeding ten laste van Staat (art. 10:12 lid 3 Wvggz). Kosten van rechtsbijstand vanwege mogelijke intrekking van toevoeging. Verhouding tot klachtprocedure gecombineerd met verzoek tot schadevergoeding door zorgaanbieder (art. 10:11 lid 2 Wvggz).
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 26 juni 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:1482Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:660Hoge Raad · 18 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1157
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03120
Datum 18 juli 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: S.M. Kingma,
2. STICHTING [GGZ],
gevestigd te [plaats],
3. HET OPENBAAR MINISTERIE,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de zorgaanbieder en Openbaar Ministerie,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/627177 / FA RK 22-1938 van de rechtbank Den Haag van 10 juni 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.316.634/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 juni 2024.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zorgaanbieder en Openbaar Ministerie hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 juli 2025.