Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gerechtelijke vaststelling ouderschap (art. 1:207 BW). Recht op…
Hoge Raad, 31 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:163 · Hoge Raad · 31 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-163
Zaakgegevens
Op 31 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2025
- Datum publicatie
- 30 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/02324
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.C van Steijn, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:163
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gerechtelijke vaststelling ouderschap (art. 1:207 BW). Recht op tegenbewijs door deskundigenbericht?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 20 maart 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:1359Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1277Hoge Raad · 31 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:163
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02324
Datum 31 januari 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/10/571657 / FA RK 19-3039 van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2020, 21 oktober 2021 en 7 april 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.313.047/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2024.
[eiser] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 januari 2025.