Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verzoek machtiging om alsnog beneficiair te aanvaarden (art. 4:194a lid 1 BW)…

Hoge Raad, 19 december 2025

Zaakgegevens

Op 19 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2025
Datum publicatie
18 december 2025
Zaaknummer
25/01879
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
A.C. de Bakker
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1952
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verzoek machtiging om alsnog beneficiair te aanvaarden (art. 4:194a lid 1 BW). Toerekening kennis executeur (art. 4:145 BW; art. 3:60 lid 2 BW; art. 3:66 lid 1 BW)?

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 juli 2023

    ECLI:NL:RBZWB:2023:5330
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 april 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:1452
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 februari 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:423
  4. Conclusie A-G · 7 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1211
  5. Hoge Raad · 19 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1952

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/01879

Datum 19 december 2025

BESCHIKKING

In de zaak van

1. [verzoeker 1],

wonende te [plaats], Zwitserland,

2. [verzoekster 2],

wonende te [plaats], Zwitserland,

3. [verzoeker 3],

wonende te [plaats], Verenigde Arabische Emiraten,

4. [verzoekster 4],

wonende te [plaats],

5. [verzoeker 5],

wonende te [plaats],

6. [verzoeker 6],

wonende te [plaats],

7. [verzoeker 7],

wonende te [plaats],

8. [verzoeker 8],

wonende te [plaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [de erven],

advocaat: A.C. de Bakker,

tegen

1. [verweerster],

wonende te [plaats], Italië,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

niet verschenen,

2. [executeur 1], in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [erflaatster],

wonende te [plaats],

BELANGHEBBENDE in cassatie,

hierna: [executeur 1],

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikking in de zaak 10082214 OV VERZ 22-5510 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juli 2023;

b. de beschikkingen in de zaak 200.333.776/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 april 2024 en 20 februari 2025.

[de erven] hebben tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] en [executeur 1] hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de erven] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 19 december 2025.