Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Personen- en familierecht. Beëindiging…
Hoge Raad, 21 februari 2025
ECLI:NL:HR:2025:314 · Hoge Raad · 21 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-314
Zaakgegevens
Op 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 februari 2025
- Datum publicatie
- 20 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/02236
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W. Alt.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:314
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Personen- en familierecht. Beëindiging gezamenlijk gezag. Art. 1:253n BW. Gewone verblijfplaats van minderjarige. Heeft hof zich terecht onbevoegd geacht op grond van art. 5 en art. 7 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 12 maart 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:871Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 januari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:3Hoge Raad · 21 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:314
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02236
Datum 21 februari 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaten: A.H. Vermeulen en A.A.M. Knol,
tegen
[de vader],
wonende in Marokko,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: H.J.W. Alt.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/10/647955 / FA RK 22-8189 van de rechtbank Rotterdam van 18 juli 2023;
b. de beschikking in de zaken 200.334.486/01 en 200.334.486/02 van het gerechtshof Den Haag van 12 maart 2024.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vader heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de moeder hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 februari 2025.