Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Beding in echtscheidingsconvenant over toedeling van echtelijke…

Hoge Raad, 21 maart 2025

Zaakgegevens

Op 21 maart 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 maart 2025
Datum publicatie
21 maart 2025
Zaaknummer
24/01030
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, N.C. van Steijn
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:442
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Beding in echtscheidingsconvenant over toedeling van echtelijke woning.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 24 augustus 2022

    ECLI:NL:RBROT:2022:7129
  2. Gerechtshof Den Haag · 19 december 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2561

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 17 januari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:71
  4. Hoge Raad · 21 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:442

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/01030

Datum 21 maart 2025

ARREST

In de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: de man,

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaat: N.C. van Steijn.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/10/636960/ HA ZA 22-335 van de rechtbank Rotterdam van 24 augustus 2022;

b. het arrest in de zaak 200.319.416/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 december 2023.

De man heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De vrouw heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de vrouw toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 maart 2025.