Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Wet forensische zorg. Zorgmachtiging (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5…

Hoge Raad, 26 juni 2026

Zaakgegevens

Op 26 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 juni 2026
Datum publicatie
25 juni 2026
Zaaknummer
26/00039
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
E.F.A. Linssen-van Rossum
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1045
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Wet forensische zorg. Zorgmachtiging (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5, aanhef en onder a, Wvggz). Rechtbank acht medische verklaring voldoende actueel en oordeelt dat uit update door behandelend psychiater en hetgeen op zitting naar voren is gekomen, blijkt dat situatie van betrokkene niet ten positieve is veranderd. Miskenning dat bij ontbreken van actuele medische verklaring actualisering slechts mogelijk is door onafhankelijke psychiater?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:415
  2. Hoge Raad · 26 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1045

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 26/00039

Datum 26 juni 2026

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 25/7518 van de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2025.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 26 juni 2026.