Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag. Miskenning dat vader ook zonder gezamenlijk gezag…

Hoge Raad, 20 maart 2026

Zaakgegevens

Op 20 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 maart 2026
Datum publicatie
19 maart 2026
Zaaknummer
25/02392
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:452
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag. Miskenning dat vader ook zonder gezamenlijk gezag informatie over minderjarige kan krijgen (art. 1:377b BW en art. 1:377c BW) en contact met minderjarige kan hebben (art. 1:377a BW)? Motiveringsklachten.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 21 juni 2018

    ECLI:NL:RBLIM:2018:5877
  2. Rechtbank Limburg · 14 augustus 2018

    ECLI:NL:RBLIM:2018:7651
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 april 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1530

    Overig

  4. Rechtbank Limburg · 7 februari 2020

    ECLI:NL:RBLIM:2020:957
  5. Rechtbank Limburg · 10 juni 2020

    ECLI:NL:RBLIM:2020:10700
  6. Rechtbank Limburg · 16 juni 2021

    ECLI:NL:RBLIM:2021:10192
  7. Rechtbank Limburg · 12 augustus 2021

    ECLI:NL:RBLIM:2021:6380
  8. Rechtbank Limburg · 10 augustus 2022

    ECLI:NL:RBLIM:2022:6127
  9. Rechtbank Limburg · 14 mei 2024

    ECLI:NL:RBLIM:2024:3382
  10. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 april 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:948
  11. Conclusie A-G · 23 januari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:43
  12. Hoge Raad · 20 maart 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:452

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/02392

Datum 20 maart 2026

BESCHIKKING

In de zaak van

[de moeder],

wonende op een geheim adres,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: de moeder,

advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,

tegen

[de vader],

wonende op een geheim adres,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de vader,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikkingen in de zaak C/03/244190 / FA RK 17-4892 van de rechtbank Limburg van 24 januari 2018, 21 juni 2018, 11 juni 2019, 7 februari 2020, 10 juni 2020, 16 juni 2021, 11 augustus 2021, 12 augustus 2021, 10 augustus 2022 en 14 mei 2024;

b. de beschikking in de zaak 200.344.695/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 april 2025.

De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De vader heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 maart 2026.