Personen- en familierecht

Art. 81 lid 1 RO. Art. 1:6 lid 1 Wvggz. Was rechtbank relatief bevoegd? Art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechtbank…

Hoge Raad, 17 april 2026

Zaakgegevens

Op 17 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 april 2026
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
25/04369
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:663
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Art. 1:6 lid 1 Wvggz. Was rechtbank relatief bevoegd? Art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechtbank ervan uitgaan dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:207
  2. Hoge Raad · 17 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:663

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/04369

Datum 17 april 2026

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar
de beschikking in de zaak C/19/153541 / FA RK 25-2176 van de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2025.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.