Strafrecht overig

Medeplegen van oplichting, art. 326.1 Sr. Verdachte maakt samen met anderen gebruik van briefpapier van KPN…

Zaakgegevens

Op 15 januari 2008 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 januari 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
00712/07
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BC0782
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen van oplichting, art. 326.1 Sr. Verdachte maakt samen met anderen gebruik van briefpapier van KPN teneinde een bank met een valse betaalopdracht te bewegen tot overboeking van een groot geldbedrag. Listige kunstgreep? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 00713/07 en 00714/07 (niet gepubliceerde zaken die zijn afgedaan met art. 81.1 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 januari 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BC0782

  2. Conclusie A-G · 15 januari 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BC0782

Uitspraak

15 januari 2008

Strafkamer

nr. 00712/07

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 juli 2006, nummer 24/000539-05, in de strafzaak tegen:[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 15 januari 2008.