Strafrecht overig

HR: art. 81.1 RO, ook t.a.v. de bewijsklacht van “door twee of meer verenigde personen” a.b.i. art. 312.2…

Zaakgegevens

Op 30 september 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 september 2014
Datum publicatie
30 september 2014
Zaaknummer
13/03682
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2853
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO, ook t.a.v. de bewijsklacht van “door twee of meer verenigde personen” a.b.i. art. 312.2 onder 2° Sr.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 18 juli 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:2175
  2. Conclusie A-G · 24 juni 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:1680
  3. Hoge Raad · 30 september 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:2853

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

30 september 2014

Strafkamer

nr. S 13/03682

KD/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2013, nummer 23/001303-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2014.