Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 11 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 februari 2014
Datum publicatie
11 februari 2014
Zaaknummer
13/01471
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:290
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81.1 RO

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 20 december 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6945
  2. Conclusie A-G · 10 december 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:2493
  3. Hoge Raad · 11 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:290

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

11 februari 2014

Strafkamer

nr. S 13/01471

IV/SM

 

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 december 2012, nummer 22/004016-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Somalië).

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, - en wat betreft het eerste middel HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:286 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014.