Strafrecht overig

Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BP4651. HR: art. 81.1 RO.

Zaakgegevens

Op 16 juni 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 juni 2015
Datum publicatie
16 juni 2015
Zaaknummer
14/00809
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1663
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BP4651. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:4852
  2. Conclusie A-G · 14 april 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:938
  3. Hoge Raad · 16 juni 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1663

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

16 juni 2015

Strafkamer

nr. S 14/00809

CB/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 december 2013, nummer 23/003166-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2015.