Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 23 juni 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 juni 2015
Datum publicatie
23 juni 2015
Zaaknummer
13/06271
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1702
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:4224
  2. Conclusie A-G · 21 april 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:956
  3. Hoge Raad · 23 juni 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1702

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

23 juni 2015

Strafkamer

nr. S 13/06271

BKL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 november 2013, nummer 23/003689-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015.