Strafrecht overig

OM-cassatie en cassatie vd. HR: 81 RO cfm CAG, ook m.b.t. afwijzing vordering TBS.

Zaakgegevens

Op 6 januari 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 januari 2015
Datum publicatie
9 januari 2015
Zaaknummer
14/01168
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:45
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie en cassatie vd. HR: 81 RO cfm CAG, ook m.b.t. afwijzing vordering TBS.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 februari 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:868
  2. Conclusie A-G · 9 december 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2481
  3. Hoge Raad · 6 januari 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:45

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 januari 2015

Strafkamer

nr. 14/01168

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 10 februari 2014, nummer 21/004088-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1 Geding in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof.

Namens de verdachte heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte heeft het beroep van het Openbaar Ministerie tegengesproken.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van de beroepen.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt de beroepen.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2015.