Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 10 maart 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 maart 2015
Datum publicatie
10 maart 2015
Zaaknummer
13/01321
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:541
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 februari 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:176
  2. Hoge Raad · 10 maart 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:541

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

10 maart 2015

Strafkamer

nr. S 13/01321

MD/ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 28 februari 2013, nummer 21/000502-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2015.