Strafrecht overig

Saban B. HR: art. 81.1 RO.CAG over art. 6.1 EVRM (impartial tribunal).

Zaakgegevens

Op 14 april 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 april 2015
Datum publicatie
14 april 2015
Zaaknummer
13/04892
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:939
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Saban B. HR: art. 81.1 RO.CAG over art. 6.1 EVRM (impartial tribunal).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 oktober 2013

    ECLI:NL:GHARL:2013:7396
  2. Conclusie A-G · 24 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:422
  3. Hoge Raad · 14 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:939

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

14 april 2015

Strafkamer

nr. S 13/04892

SR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 8 oktober 2013, nummer 21/000137-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2015.