Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 14 april 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 april 2015
Datum publicatie
14 april 2015
Zaaknummer
13/04065
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:942
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:1482
  2. Conclusie A-G · 17 februari 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:426
  3. Hoge Raad · 14 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:942

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

14 april 2015

Strafkamer

nr. 13/04065

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 mei 2013, nummer 23/001916-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. T.C. ten Rouwelaar-Hoogland, advocaat te Amstelveen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2015.