Strafrecht overig

Klimop-zaak. Onder meer bewijsklachten m.b.t valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en medeplegen van witwassen…

Zaakgegevens

Op 5 juli 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2016
Datum publicatie
5 juli 2016
Zaaknummer
15/01433
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1395
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Klimop-zaak. Onder meer bewijsklachten m.b.t valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en medeplegen van witwassen (art. 420bis Sr), alsmede strafmotiveringsklachten. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Haarlem · 27 januari 2012

    ECLI:NL:RBHAA:2012:BV2204
  2. Gerechtshof Amsterdam · 27 februari 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:660
  3. Conclusie A-G · 29 maart 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:570
  4. Hoge Raad · 5 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1395

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

5 juli 2016

Strafkamer

nr. S 15/01433

DAZ/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2015, nummer 23/000620-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van der Laan en W.H. Jebbink, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan, V. van den Brink, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.