Strafrecht overig

Conclusie AG o.m. over rechtstreekse schade a.b.i. art. 51a Sv en de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f…

Zaakgegevens

Op 22 november 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2016
Datum publicatie
22 november 2016
Zaaknummer
15/05144
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2659
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG o.m. over rechtstreekse schade a.b.i. art. 51a Sv en de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 oktober 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1160
  2. Hoge Raad · 22 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2659

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

22 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/05144

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 mei 2015, nummer 22/001528-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij hebben M. Bakker, advocaat te Amsterdam, en A. Daalderop, advocaat te Rotterdam, een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de verdachte heeft R. Dijkstra, advocaat te Utrecht, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2016.