Strafrecht overig

Oplichting i.g.v. verkoop via marktplaats van scooter waarvan VIN is gewijzigd. Middel over de…

Zaakgegevens

Op 19 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2016
Datum publicatie
19 april 2016
Zaaknummer
14/03353
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:686
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Oplichting i.g.v. verkoop via marktplaats van scooter waarvan VIN is gewijzigd. Middel over de bewezenverklaring van “het aannemen van een valse hoedanigheid” en “listige kunstgrepen”. CAG: verbeterd lezen bewezenverklaring i.v.m. bewezenverklaarde “valse hoedanigheid”. HR: 81.1 RO. Samenhang met 14/03352.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:2007
  2. Conclusie A-G · 23 februari 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:273
  3. Hoge Raad · 19 april 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:686

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

19 april 2016

Strafkamer

nr. S 14/03353

NA/KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juni 2014, nummer 22/000830-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.P. Wesselink-van Dijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het vierde middel

2.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2.

Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.