Strafrecht overig

HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG o.m. over (voorwaardelijk) opzet dat de tassen met cocaïne waren gevuld.

Zaakgegevens

Op 19 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2016
Datum publicatie
10 mei 2016
Zaaknummer
15/00005
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:823
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG o.m. over (voorwaardelijk) opzet dat de tassen met cocaïne waren gevuld.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:4663
  2. Conclusie A-G · 8 maart 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:332
  3. Hoge Raad · 19 april 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:823

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

19 april 2016

Strafkamer

nr. S 15/00005

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 december 2014, nummer 22/003516-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Raza, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.