Strafrecht overig

Diefstal van kluis uit hotelkamer (art. 311.1.5 Sr). Bewijsklacht medeplegen. CAG: het Hof heeft uit de b.m…

Zaakgegevens

Op 20 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 juni 2017
Datum publicatie
20 juni 2017
Zaaknummer
16/01496
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1118
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal van kluis uit hotelkamer (art. 311.1.5 Sr). Bewijsklacht medeplegen. CAG: het Hof heeft uit de b.m. kunnen afleiden dat de bijdrage van verdachte aan de diefstal met braak is geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering daarvan en dat verdachte en de ander(en) daarbij zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van de bewezenverklaarde diefstal. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 mei 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:494
  2. Hoge Raad · 20 juni 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:1118

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

20 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/01496

EC/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 december 2015, nummer 23/003150-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. van Wijk, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2017.