Strafrecht overig
Zware mishandeling door tijdens een caféruzie een glas in het gezicht van een ander te gooien, art. 302 Sr…
Hoge Raad, 31 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2798 · Hoge Raad · 31 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2798
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2017
- Datum publicatie
- 31 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/01847
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2798
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zware mishandeling door tijdens een caféruzie een glas in het gezicht van een ander te gooien, art. 302 Sr. Middelen o.m. over ‘s Hofs kwalificatie van het bewezenverklaarde feit als “zware mishandeling”, terwijl Hof verdachte heeft vrijgesproken van het “primair en subsidiair tenlastegelegde feit”, te weten “zware mishandeling” en “poging tot zware mishandeling”. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft bij kennelijke verschrijving het bewezenverklaarde feit aangeduid als het “meer subsidiair tenlastegelegde” i.p.v. het “primair tenlastegelegde” dan wel heeft bij kennelijke verschrijving art. 300 Sr i.p.v. art. 302 Sr vermeld.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1187Hoge Raad · 31 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2798
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
31 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/01847
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 maart 2016, nummer 21/002077-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft B. Pernot, advocaat te Wijchen, een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2017.