Strafrecht overig

Levert wrijven over de blote nek en rug “ontuchtige handelingen” a.b.i. art. 246 Sr op? CAG beantwoordt vraag…

Zaakgegevens

Op 19 december 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2017
Datum publicatie
19 december 2017
Zaaknummer
16/01086
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:3209
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Levert wrijven over de blote nek en rug “ontuchtige handelingen” a.b.i. art. 246 Sr op? CAG beantwoordt vraag bevestigend gelet op zekere ongelijkheid tussen verdachte en slachtoffer, de vaststellingen Hof omtrent de strekking van de handeling en de gedragingen van verdachte ná de handeling van verdachte. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 november 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1381
  2. Hoge Raad · 19 december 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:3209

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

19 december 2017

Strafkamer

nr. S 16/01086

MAA/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 februari 2016, nummer 21/003785-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.