Strafrecht overig

Schending ambtsgeheim ex art. 272 Sr raadslid Delft door als lid van de Commissie Spoorzone, Verkeer en…

Zaakgegevens

Op 17 januari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 januari 2017
Datum publicatie
17 januari 2017
Zaaknummer
15/02806
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:36
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Schending ambtsgeheim ex art. 272 Sr raadslid Delft door als lid van de Commissie Spoorzone, Verkeer en Ruimte vertrouwelijke/geheime informatie over de aanbesteding/het ontwerp van de Sebastiaansbrug te Delft d.m.v. een persbericht aan derden te verstrekken. Middelen m.b.t. o.a. beroep op noodtoestand en de beslissing tot geheimhouding. HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 2 juni 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:1295
  2. Conclusie A-G · 29 november 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1379
  3. Hoge Raad · 17 januari 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:36

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

17 januari 2017

Strafkamer

nr. S 15/02806

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 juni 2015, nummer 22/001627-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.M. ten Velde, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 januari 2017.