Strafrecht overig

Strafmotiveringsklacht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/05303; 15/05447; 15/05454; 16/00013; 16/00237…

Zaakgegevens

Op 14 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 maart 2017
Datum publicatie
14 maart 2017
Zaaknummer
15/05342
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:436
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Strafmotiveringsklacht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/05303; 15/05447; 15/05454; 16/00013; 16/00237; 16/00238; 16/00239; 16/00947; 16/00948; 16/00949; 16/00950; 16/00951 en 16/00952.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 24 januari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:150
  2. Hoge Raad · 14 maart 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:436

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

14 maart 2017

Strafkamer

nr. S 15/05342

AGE/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 9 november 2015, nummer 21/004010-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2017.