Strafrecht overig
Antilliaanse uitleveringszaak. Effectief rechtsmiddel in de V.S. tegen dreigende flagrante inbreuk op art. 6…
ECLI:NL:HR:2017:702 · Hoge Raad · 18 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-702
Zaakgegevens
Op 18 april 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2017
- Datum publicatie
- 18 april 2017
- Zaaknummer
- 16/03479
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:702
Samenvatting
Antilliaanse uitleveringszaak. Effectief rechtsmiddel in de V.S. tegen dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM? Hof: de V.S. zijn partij bij het IVBPR, zodat een effectief rechtsmiddel is gegarandeerd. CAG: middel is gericht tegen een overweging ten overvloede. HR: art. 81.1 RO mede gelet op HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:272Hoge Raad · 18 april 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:702
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
18 april 2017
Strafkamer
nr. S 16/03479 UA
DAZ/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 21 juni 2016, nummer HAR 71/2016, op een verzoek van de Verenige Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedatum] 1959.
1 De bestreden uitspraak
Het Hof heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de Affidavit in Support of Request for Extradition van J. Lonergan, Assistent United States Attorney for the Southern District of New York, van 2 mei 2016.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat betreft het eerste middel mede gelet op HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.