Strafrecht overig

Uitlevering ter fine van strafvervolging aan de V.S. Middelen m.b.t. genoegzaamheid van de door V.S…

Zaakgegevens

Op 9 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 mei 2017
Datum publicatie
9 mei 2017
Zaaknummer
16/05976
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:835
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Uitlevering ter fine van strafvervolging aan de V.S. Middelen m.b.t. genoegzaamheid van de door V.S. overgelegde stukken, voldoende duidelijke vermelding van de feiten waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard en dubbele strafbaarheid. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 maart 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:320
  2. Hoge Raad · 9 mei 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:835

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 mei 2017

Strafkamer

nr. S 16/05976 U

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 22 november 2016, nummer UTL-I-2016.077.127, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de Affidavit in Support of Request for Extradition van Jesse M. Barret, Assistant United States Attorney, van 16 augustus 2016.

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft N. Gonzalez Bos, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2017.