Strafrecht overig

Bedreiging, art. 285.1 Sr. Leveren de telefonisch toegevoegde woorden "ik kom wel even langs en dan laat ik…

Zaakgegevens

Op 16 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 mei 2017
Datum publicatie
16 mei 2017
Zaaknummer
15/04039
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:881
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bedreiging, art. 285.1 Sr. Leveren de telefonisch toegevoegde woorden "ik kom wel even langs en dan laat ik je die ijzer wel zien" bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht op? HR: art. 81.1 RO. CAG: Het is van algemene bekendheid dat de woorden “die ijzer” straattaal zijn voor vuurwapen. Gelet op de context waarin de uitlating is gedaan kon zij bij aangever de redelijke vrees opwekken dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van verdachte daarop was gericht.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 maart 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:334
  2. Hoge Raad · 16 mei 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:881

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

16 mei 2017

Strafkamer

nr. S 15/04039

AJ/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 augustus 2015, nummer 20/000562-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.M. Hendrix, advocaat te Sittard, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2.

Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en tweemaal een geldboete van € 170,-, subsidiair 3 dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

3 Beoordeling van het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2017.