Strafrecht overig

(Poging tot) doodslag door twee personen met vleesmes te steken. Falend middel m.b.t. (putatief)…

Zaakgegevens

Op 3 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juli 2018
Datum publicatie
3 juli 2018
Zaaknummer
17/00583
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1072
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

(Poging tot) doodslag door twee personen met vleesmes te steken. Falend middel m.b.t. (putatief) noodweerexces. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 24 november 2014

    ECLI:NL:RBLIM:2014:10063
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 januari 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:255

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 29 mei 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:542
  4. Hoge Raad · 3 juli 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1072

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

3 juli 2018

Strafkamer

nr. S 17/00583

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2017, nummer 20/003888-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren.

4 Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en elf maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2018.