Strafrecht overig

Bepaling van de opgelegde straf, art. 423.4 Sv. HR: art. 81.1 RO.

Zaakgegevens

Op 25 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2018
Datum publicatie
24 september 2018
Zaaknummer
16/06271
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1757
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bepaling van de opgelegde straf, art. 423.4 Sv. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:648
  2. Hoge Raad · 25 september 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1757

Uitspraak

Inhoudsopgave

25 september 2018

Strafkamer

nr. S 16/06271

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 december 2016, nummer 22/002479-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.