Strafrecht overig
Toewijzing immateriële schade aan b.p. wegens erfvredebreuk, art. 138 Sr. Verdachte heeft b.p. A (die in het…
ECLI:NL:HR:2018:2013 · Hoge Raad · 6 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2013
Zaakgegevens
Op 6 november 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 november 2018
- Datum publicatie
- 26 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/01878
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2013
Samenvatting
Toewijzing immateriële schade aan b.p. wegens erfvredebreuk, art. 138 Sr. Verdachte heeft b.p. A (die in het kader van zijn werk als toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in het verleden het boerenbedrijf van verdachte heeft bezocht) en diens echtgenote b.p. B thuis opgezocht en zich niet aanstonds verwijderd toen A dat vorderde. Voldaan aan eisen art. 6:106 BW? Aantasting in de persoon? HR: art. 81.1 RO. CAG: Voor toewijsbaarheid van een vordering van vergoeding van schade die is veroorzaakt doordat benadeelde “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” i.d.z.v. art. 6:106.1.b BW is uitgangspunt dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij A is blijkens de door de b.p. overgelegde stukken een posttraumatisch stress syndroom vastgesteld n.a.v. het bewezenverklaarde. Bij B heeft het Hof uit de door de b.p. geproduceerde stukken afgeleid dat het feit psychische klachten tot gevolg heeft gehad.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 september 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1257Hoge Raad · 6 november 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2013
Uitspraak
Inhoudsopgave
6 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/01878
NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 februari 2017, nummer 20/001912-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.