Strafrecht overig

Witwassen van kostbare en exclusieve sieraden, art. 420bis Sr. 1. Ontoelaatbare wijziging tll.? Is gewijzigde…

Zaakgegevens

Op 6 november 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 november 2018
Datum publicatie
6 november 2018
Zaaknummer
17/01036
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2053
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Witwassen van kostbare en exclusieve sieraden, art. 420bis Sr. 1. Ontoelaatbare wijziging tll.? Is gewijzigde tll. in strijd met art. 68 Sr? Art. 313.2 Sv. 2. Bewijsklacht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/01705.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 september 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1260
  2. Hoge Raad · 6 november 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:2053

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/01036

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 februari 2017, nummer 22/001478-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.