Strafrecht overig
Medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag (meermalen gepleegd) door bij gewapende woningoverval…
ECLI:NL:HR:2018:380 · Hoge Raad · 20 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-380
Zaakgegevens
Op 20 maart 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 maart 2018
- Datum publicatie
- 20 maart 2018
- Zaaknummer
- 17/02211
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:380
Samenvatting
Medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag (meermalen gepleegd) door bij gewapende woningoverval tijdens vlucht op twee politieagenten te schieten, art. 288 Sr. Bewijs bijkomend oogmerk. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft bewezenverklaring bijkomend oogmerk toereikend gemotiveerd door te overwegen dat het, gelet op het feit dat overvallers rekening hielden met aanwezigheid van gewapende beveiligers en het feit dat zij zelf voorzien waren van geladen vuurwapens, niet anders kan dan dat overvallers er rekening mee hebben gehouden dat tijdens of na overval zodanig verzet zou worden gepleegd dat door één of meer van hen teruggeschoten zou worden in de richting van anderen die een bedreiging zouden vormen voor hun veiligheid of hun vlucht zouden beletten. Samenhang met 17/00652.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 23 juli 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:5506Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 februari 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:822(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 januari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:223Hoge Raad · 20 maart 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:380
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 maart 2018
Strafkamer
nr. S 17/02211
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2017, nummer 21/004366-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de M.T. Boerlage en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 maart 2018.