Strafrecht overig

Verwerping verweer over niet-ontvankelijkheid OM. Ne-bis-in-idem. Vervolging t.z.v. weigeren medewerking te…

Zaakgegevens

Op 16 januari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 januari 2018
Datum publicatie
17 januari 2018
Zaaknummer
16/04737
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:46
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verwerping verweer over niet-ontvankelijkheid OM. Ne-bis-in-idem. Vervolging t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademanalyseonderzoek (art. 8 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) is opgelegd, levert geen dubbele bestraffing op. HR: art. 81.1 RO, met verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:23.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 november 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1456
  2. Hoge Raad · 16 januari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:46

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

16 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/04737

CeH/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 juli 2016, nummer 22/004955-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.R. Schuckink Kool, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. (Vgl. HR 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:23.)

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en Y. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.