Strafrecht overig
Voorhanden hebben ingekort luchtdrukgeweer, art. 13.1 WWM. Grondslagverlating door vrij te spreken van…
ECLI:NL:HR:2018:606 · Hoge Raad · 17 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-606
Zaakgegevens
Op 17 april 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 april 2018
- Datum publicatie
- 17 april 2018
- Zaaknummer
- 16/02200
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:606
Samenvatting
Voorhanden hebben ingekort luchtdrukgeweer, art. 13.1 WWM. Grondslagverlating door vrij te spreken van onderdeel tll. waarin is aangegeven op welke lijst van bijlage bij RWM luchtdrukgeweer vermeld zou zijn? HR: art. 81.1 RO. CAG: Uitleg Hof, dat passage waarvan is vrijgesproken niet als essentieel heeft beschouwd, is niet onverenigbaar met bewoordingen tll., nu Hof niet voorhanden hebben van ander wapen bewezen heeft verklaard. Hof heeft passage als nadere specificatie kunnen zien waarvan partieel kan worden vrijgesproken, waarbij kan worden aangetekend dat specificatie niet van belang is voor ex art. 348 en 350 Sv door rechter te nemen beslissingen. Daarbij is van belang dat lezing tll. Hof voor verdediging niet als verrassing kan zijn gekomen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 maart 2018
ECLI:NL:PHR:2018:348Hoge Raad · 17 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:606
Uitspraak
Inhoudsopgave
17 april 2018
Strafkamer
nr. S 16/02200
ES/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 april 2016, nummer 22/003289-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018.