Strafrecht overig
Antilliaanse zaak. Medeplegen uitvoer cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland, art. 3.1.A Opiumlandsverordening…
ECLI:NL:HR:2018:844 · Hoge Raad · 5 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-844
Zaakgegevens
Op 5 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2018
- Datum publicatie
- 6 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/02912
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:844
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Medeplegen uitvoer cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland, art. 3.1.A Opiumlandsverordening 1960. 1. Bewijsmotivering medeplegen uitvoer cocaïne. 2. Drie dagen voorlopige hechtenis zonder geldige titel. Hof overweegt dat voorlopige hechtenis wordt afgetrokken van opgelegde gevangenisstraf en volstaat met constatering normschending. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/03298 A.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:347Hoge Raad · 5 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:844
Uitspraak
Inhoudsopgave
5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 17/02912 A
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 16 maart 2017, nummer H 177/2015, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2018.