Strafrecht overig
Feitelijke leiding geven aan het door rechtspersoon opzettelijk i) doen van onjuiste en/of onvolledige…
ECLI:NL:HR:2018:992 · Hoge Raad · 26 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-992
Zaakgegevens
Op 26 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 juni 2018
- Datum publicatie
- 25 juni 2018
- Zaaknummer
- 16/05696
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:992
Samenvatting
Feitelijke leiding geven aan het door rechtspersoon opzettelijk i) doen van onjuiste en/of onvolledige aangifte omzetbelasting, art. 68.1.a AWR en ii) niet tijdig doen van aangifte vennootschapsbelasting, art. 69.1 AWR, feitelijke leiding geven aan het door rechtspersoon plegen van bedrieglijke bankbreuk en medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, art. 341.1 Sr en feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, art. 225.1 Sr. Middelen o.m. over verwerping verweer bewijsuitsluiting vanwege schending nemo-teneturbeginsel. HR: art. 81.1 RO. CAG: Verdachte is i.h.k.v. faillissementsprocedure door de RC ondervraagd over vindplaats van 30 dozen administratie waarop verweer betrekking heeft. Art. 29 Sv is niet van toepassing op deze procedure. Wel staat nemo-teneturbeginsel eraan in de weg dat het in faillissementsprocedure verkregen wilsafhankelijke materiaal wordt gebruikt voor eventuele strafvervolging. Uitleg begrip wils(on)afhankelijk. Samenhang met 16/05697 en 16/05698.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 mei 2018
ECLI:NL:PHR:2018:441Hoge Raad · 26 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:992
Uitspraak
Inhoudsopgave
26 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/05696
SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 november 2016, nummer 21/001676-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.W.E. Luiten en R.I. Kool, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman Luiten heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2018.