Strafrecht overig

Medeplegen lokaalvredebreuk, art. 138.4 Sr. 1. B.m. ontbraken aanvankelijk en zijn later op verzoek van…

Hoge Raad, 25 juni 2019

Zaakgegevens

Op 25 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2019
Datum publicatie
20 juni 2019
Zaaknummer
17/04012
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1021
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen lokaalvredebreuk, art. 138.4 Sr. 1. B.m. ontbraken aanvankelijk en zijn later op verzoek van griffie HR alsnog door Hof opgemaakt. Heeft Hof ten onrechte bewijsvoering met b.m. aangevuld zonder inhoud van aanvullende b.m. weer te geven? 2. Gebruik voor bewijs van herkenning van verdachte door opsporingsambtenaar. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. klacht dat Hof heeft verzuimd uitgewerkte inhoud b.m. in arrest of aanvulling op te nemen door slechts opgave b.m. van Pr aan te vullen met nadere opgave: Aan klacht is grondslag komen te ontvallen doordat Hof alsnog in art. 365a.2 Sv bedoelde aanvulling heeft opgemaakt. Daarbij is weliswaar in art. 365a.3 Sv genoemde termijn voor opmaken van aanvulling (ruimschoots) overschreden maar tot nietigheid bestreden uitspraak of opgemaakte aanvulling leidt dat niet.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:GHAMS:2017:4807
  2. Conclusie A-G · 14 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:460
  3. Hoge Raad · 25 juni 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1021

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/04012

Datum 25 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 augustus 2017, nummer 23/003009-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.