Strafrecht overig
Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. Kon Hof in strafmaat betrekken dat slachtoffer zwaar…
ECLI:NL:HR:2019:1148 · Hoge Raad · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1148
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 8 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/05044
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1148
Samenvatting
Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. Kon Hof in strafmaat betrekken dat slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, terwijl verdachte is vrijgesproken van strafverzwarende omstandigheid ex art 141.2 Sr? HR: art. 81.1 RO. CAG: Kennelijk heeft Hof geoordeeld dat weliswaar niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zelf letsel bij slachtoffer heeft veroorzaakt waardoor strafverzwarende omstandigheden van art. 141.2 Sr buiten beschouwing dienen te blijven maar dat gevolgen van groepsgeweld - binnen de grenzen van art. 141.1 Sr - wél ernst van ten laste van verdachte bewezenverklaarde inkleuren en mogen worden betrokken bij bepaling van straf.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:535Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1148
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05044
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 oktober 2018, nummer 21/002536-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.