Strafrecht overig

Hennepteelt, art. 3.B Opiumwet. Gebruik van eigen kweek voor pijnbestrijding. Overmacht in de zin van…

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 oktober 2019
Datum publicatie
14 oktober 2019
Zaaknummer
18/01695
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1584
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Hennepteelt, art. 3.B Opiumwet. Gebruik van eigen kweek voor pijnbestrijding. Overmacht in de zin van noodtoestand? Art. 40 Sr. Hof heeft geoordeeld dat uit deskundigenonderzoek blijkt dat verdachte nog redelijke alternatieven had om de pijn te bestrijden en met die pijn om te gaan. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 september 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1048
  2. Hoge Raad · 15 oktober 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1584

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01695

Datum 15 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 29 maart 2018, nummer 21/003840-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2019.