Strafrecht overig
Antilliaanse zaak. Medeplegen van moord op politicus in Curaçao in 2013, art. 2:262 jo. 1:123 Sr Curaçao. 1…
ECLI:NL:HR:2019:1697 · Hoge Raad · 5 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1697
Zaakgegevens
Op 5 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 november 2019
- Datum publicatie
- 1 november 2019
- Zaaknummer
- 18/05064
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1697
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Medeplegen van moord op politicus in Curaçao in 2013, art. 2:262 jo. 1:123 Sr Curaçao. 1. Kon verklaring van voormalig hoofd van veiligheidsdienst, die is gebaseerd op verklaring van anonieme getuige gebezigd worden tot bewijs, ondanks niet-inachtneming van voorschriften voor horen van anonieme getuige? 2. Klachten over niet (nogmaals) kunnen uitoefenen van ondervragingsrecht (ex art. 6.3.d EVRM) t.a.v. twee getuigen, en over ‘s Hofs oordeel dat hun verklaringen betrouwbaar zijn. 3. Innerlijke tegenstrijdigheid in bewijsvoering t.a.v. rol van verdachte. 4. Bewijsklacht dat niet zou kunnen blijken dat tlgd. (medepleeg)handelingen van verdachte op in bewezenverklaring opgenomen datum zijn verricht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met HR:2016:1361.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 september 2019
ECLI:NL:PHR:2019:888Hoge Raad · 5 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1697
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05064
Datum 5 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 13 juli 2018, nummer H 120/2017, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.G.J.A. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2019.