Strafrecht overig

Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd door 38 valse facturen naar bank te versturen waardoor bank ruim…

Zaakgegevens

Op 10 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 december 2019
Datum publicatie
10 december 2019
Zaaknummer
18/00277
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1926
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd door 38 valse facturen naar bank te versturen waardoor bank ruim 1,6 miljoen euro overmaakt (art. 326 Sr) en gebruik maken van vals geschrift m.b.t. 1 van die facturen (art. 225.2 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen oplichting. 2. Mocht Hof voor bewijs gebruik maken van eigen waarneming Rb omtrent indruk die getuige ttz. in e.a. heeft achtergelaten? 3. Heeft Hof ten onrechte meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr aangenomen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 13/01613 (niet gepubliceerd; art. 81.1 RO).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1295
  2. Hoge Raad · 10 december 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1926

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00277

Datum 10 december 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 maart 2013, nummer 23/004988-08, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.